Dag 6: mee met de snelle jongens

Zonder ezels, hanen en tegen de tent aan zwiepende takken was het vannacht ontzettend rustig op het kamp en dat betaalt zich uit: wat heb ik ontzettend lekker geslapen en wat heb ik er zin in vandaag! Al helemaal als blijkt dat tentgenootje Sophie, nadat ze gisteren door zonne-allergie niet kon fietsen, er vandaag ook weer tegen aan kan.

Na het ontbijt haal ik m’n telefoon van de oplader, leg deze op m’n bed en ga de bidons vullen. Terug in de tent ga ik mijn kleine rugzakje inpakken en als ik m’n telefoon weg wil stoppen is deze er niet meer. Hé?! Zit ie dan nog in m’n broekzak? Nee. Is ie in de grote reistas gevallen toen ik de lader weg stopte? Nee. Huh?! Ik loop nog even op het kamp heen en weer, vertel het de jongens, we bellen de telefoon (gaat niet over, terwijl hij wel aan stond), maar zonder resultaat. Als dan inmiddels ook iedereen al op de fiets zit moet ik er ook maar achter aan. Zouden ze nou echt m’n telefoon gestolen hebben?!

Steven, Tijs en Ernst staan op me te wachten en samen gaan we op pad. Met adrenaline in m’n lijf ga ik ze vooruit en trap flink door (wat goed wil gezien het nog steeds die soepel lopende dalende asfaltweg is). Na een paar minuten hoor ik Ernst schreeuwen “Aanhaken Astrid! Aanhaken!” Hij zit achter een motor en dat gaat natuurlijk nóg sneller. Maar ja, deze motorrijder was er niet bekend mee en in plaats van wat af te remmen op het moment ik in de buurt kom, zet hij juist aan. Het snelheidsverschil is daarmee té groot. Het feestje houdt echter al snel op voor Ernst, want als er drempels in zicht komen, ter afremming van het verkeer (we gaan een dorpje binnen), stopt de motor. Ik kan dan bij Ernst aansluiten en al zijn Steven en Tijs ook bij ons.

Als een geoliede waaier scheuren we vervolgens verder in het wiel van Steven. De rest van de groep wordt fietser voor fietser en groepje voor groepje voorbij gegaan. Wind, klimmetjes (ja, ze zijn nooit ver weg hier), het maakt allemaal niet uit, die Steven is niet te stoppen. Op m’n tandvlees kan ik het wiel houden en daarmee dwing ik Tijs hetzelfde te doen. Hij had het soms zwaar, maar kon het natuurlijk niet laten gebeuren dat ik dat wiel wel zou houden en hij niet. Had ik al gezegd dat we aan het racen waren? Als we anderen voorbij gingen konden ze nog net wat naar ons roepen of we waren alweer weg. Toch lukt het Marjolein en Sabine even in te haken, maar op een klimmetje blazen zij zich op (of vinden ze het gewoon niet nodig zo hard te race – groot gelijk). Het is ook puur die adrenalinekick die mij helpt wel in de wiel te blijven. Patrick ziet er wel een uitdaging in ons eerst weg te laten fietsen, om pas dan aan te gaan haken. In z’n eentje, kop in de wind, weet hij een flink gat dicht te fietsen op de snelle waaier van meesterknecht Steven.

Na 30 km is de koffiestop, op een plekje met een fantastisch uitzicht op de Kilimanjaro. Na deze stop besluiten de jongens dat het de komende kilometers wat rustiger gaat. Gelukkig maar, want uit de wind in zo’n waaier zitten bevalt me wel, maar dat nog weer 30 km op dit tempo doen, dat zou ik niet trekken. Zo fietsen we samen met Patrick erbij, en met wildspotter Steven, door naar de lunch. Daar wacht een heerlijke pastasalade, onder een mooie overkapping, met daaronder heuse tafels en stoelen. Het wordt nog luxe hier!

Na de lunch sluit Wick zich bij ons aan en gaan we op voor het onverharde deel van de route. Dat is totaal geen straf, want al direct wordt er een groep giraffes gespot en iets verder staat er een hele grote mooie zwarte giraffe in de berm (wat, zo hoorden we later, dan een ouder mannetje is). Het is ook de weg waar het Patrick en mij duidelijk wordt dat the big four – inmiddels de bijnaam van Steven, Tijs, Ernst en Wick – niet voor niks zo heten. Ze zijn, nu ze ons niet lekker uit de wind kunnen houden, toch echt wat te sterk op de klimmetjes. Maar “samen uit = samen thuis”, dus ze wachten elke keer netjes op ons. Wat gelukkig niet hoeft als het wat naar beneden gaat, of als we op een grote rode vlakte komen (een weg kun je het niet noemen), die bestaat uit harde klei, met scheuren, bobbels en een laag rode stof. Silke merkt ’s avonds terecht op dat het niet had misstaan als er een helikopter boven ons had gevlogen om dit heroïsche beeld vast te leggen. In het wit geklede fietsers, vliegend over het rode wegdek, met een stofwolk achter zich aan. Wat een toffe weg!

Na deze weg is het nog wat geslinger naar ons kamp. ’s Avonds moet daar helaas wel weer de bandenplakfabriek in werking worden gesteld, want in dat allerlaatste stukje, en misschien zelfs wel óp het kamp, zijn er weer heel veel banden gesneuveld. Wél kunnen we hier genieten van een warme douche: HEEEEEEERLIJK!!

Advertenties

Een gedachte over “Dag 6: mee met de snelle jongens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s