Dag 8: Ngong

De route begint vandaag op een soort van crossbaan en ik ben dan ook meteen in m’n element. Dit is leuk fietsen! De directe omgeving is bovendien vrij vlak, kaal en onaantrekkelijk, dus het is fijn dat het fietsen zelf zo’n pretje is. Na 10 km slaan we rechtsaf een asfaltweg op, waar ik weer aanhaak bij Bertie en Silke. Er staat veel wind en zoals dat inmiddels ook eigenlijk niet meer anders kan, het gaat weer op en neer. Vandaag echter, vinden we met z’n drieën geen goede balans, en wat ben ik blij als ik achter mij Ernst weer hoor roepen “Aanhaken, Astrid!”. Ik was aan het ploeteren, maar nu word ik in het wiel van de mannen meegezogen. Ernst, Tijs en Steven doen er alles aan om de trein, met ook Jan, Sven, Wick en Patrick erin, samen bij de koffie te krijgen. Wat een schatten, want iets voor hen betekenen, op een gezellig praatje na, dat zit er toch echt niet in.

Na de koffie sluit ik maar wat graag weer bij de mannen aan. Er staat een flinke wind en alles wat ik bij hen in het wiel mee kan komen is mooi meegenomen. Het asfalt gaat over in een grijze, stoffige grintweg, waar je goed moet opletten waar je fietst. Dit betekent ook dat de nette waaier uit elkaar valt. Het lukt nog een tijd om bij Patrick in het wiel te blijven en zo uit de wind te zitten. Dat gaat op een gegeven moment toch mis en als er zich dan ook nog een pittig klimmetje aandoet, moet ik de mannen laten gaan wil ik mezelf niet compleet opblazen.

Ik ga op zoek naar mijn eigen fijne tempo en als ik dat gevonden heb fiets ik langzaam maar zeker naar Sven toe. Ook hij had de snelle mannen op hetzelfde pittige klimmetje moeten laten gaan. Waar Sven elk klimmetje aanzet en dan op de afdalingen de benen stil houdt en wat bijkomt, doe ik dat juist niet. Ik probeer mijn hartslag een constant te houden en dat betekent dat Sven mij op de klimmetjes voorbij fietst, maar dat ik hem in de afdalingen weer voorbij ga. Op deze manier, met de klimmetjes die maar niet op lijken te houden en na elke afdaling weer opdoemen, op een weg waar ik eigenlijk liever niet zou fietsen (saai, dor, af en toe met wat onguur volk er op) weten we samen bij de lunch te komen.

Na de lunch sluit ik weer aan bij de snellere mannen en fietsen we samen naar Ngong. Als we hier binnenfietsen verandert direct de sfeer. Het voelt grimmig aan en ik voel me er alles behalve prettig bij. Ik ben maar wat blij dat die mannen er bij zijn, maar omdat ik er wel een beetje achter hang, zet ik even aan zodat ik écht bij ze ben. In het centrum aangekomen maken we een stop om te pinnen. Daar heeft de chef ons gezien en komt naar ons toe om het vervolg van de route te vertellen. Al snel sturen wij hem terug naar zijn jeep, want hij staat in een bocht geparkeerd en daar lijkt de politie-agent die er bij staat het niet geheel mee eens: rijbewijs inleveren en kom je maar verantwoorden op het politiebureau. Wij zijn inmiddels iets verder gefietst om een lekkere cola te kopen, en daar kan hij gelukkig nog wel even stoppen (op een verantwoorde manier) om ons die route te vertellen. Wij wachten vervolgens op de rest zodat ook zij straks weten waar ze heen moeten.

Als de volgende groep ons tegemoet komt fietsen, is duidelijk dat zij inmiddels de route weten. Dus kunnen wij ook rustig opstappen en de laatste kilometers van vandaag op de teller zetten. DIt laatste stuk naar de camping (ja, een echte camping), gaat vooral naar beneden. Er zitten nog een paar klimmetjes in, maar samen met de mannen vlieg ik daar overheen. Als de weg overgaat in een zandweg en er een serieuze afdaling opdoemt… dan vlieg ik helemaal vanzelf. Na een paar minuten is het helaas klaar met de pret, want we zijn er en moeten hard in de rem om niet de camping voorbij te schieten. Dat het op het laatste best hard ging blijkt wel uit het feit dat we nog een kwartier moeten wachten op de rest, terwijl het echt maar een paar kilometer fietsen was vanaf het punt waar we samen vertrokken zijn. Dat blijkt ook uit de opmerking vanuit de jeep die ons dat laatste stuk niet bij kon houden: “You guys were too fast. You were flying, even her!”  (Net alsof een vrouw niet keihard naar beneden zou kunnen fietsen!)

Samen met Bas, Tijs en de met ons meereizende politie-agent maak ik nog een tripje naar het politiebureau van Ngong. Geld, een camera en mijn telefoon zijn gestolen en moeten aangegeven worden voor de verzekering. Je kunt er misschien veel bij bedenken, maar dit is hoe het ging. Peter, onze agent, wordt vrijwel meteen te woord gestaan en samen met ons en een agent van het bureau wordt het verhaal in de boeken gezet. Daarna gaan we naar een kantoortje en worden de individuele aangifte-formulieren voor ons ingevuld door een agente. Er wordt gezellig gebabbeld, de agente laat zien dat ze bijna op computers over stappen en al vrij snel hebben we onze papieren. Het verloopt dus allemaal vrij soepel en ik denk dat Peter’s aanwezigheid daar een belangrijk aandeel in heeft.

Zoals je misschien tussen de regels door leest: de route van vandaag is niet om aan te bevelen bij familie en vrienden. Kaal, dor en grijs. De sfeer van geld, macht en de bijbehorende misstanden hangen in de lucht. Het kamp is een echte toeristische plek, waar je luxe tenten kunt huren en waar een groep jonge, rijke Kenianen een drankspelletje aan het doen is. Na alle mooie, pure mensen die we in het binnenland zagen, die (bijna) allemaal vrolijk “Jambo” riepen, die nieuwsgierig waren en altijd behulpzaam waren ongeacht hoe slecht hun eigen leefomstandigheden. Na alle rode zandwegen, schitterende uitzichten, giraffes, zebra’s en struisvogels. Na uren, en uren te fietsen op vrijwel lege wegen… Het voelt een beetje misplaatst, deze route en dit kamp.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s