Dag 9 – deel 1: de man met de hamer

Zoals we gisteren eindigden, zo gaan we vandaag verder: naar beneden en flink ook. Bovendien staat volgens het routeboek nog voor de koffie een écht serieuze afdaling (met daarin een maximale helling van 15%) op het programma. Oftewel, het kan niet anders dan dat dit een hele mooie dag gaat worden. Achterin de groep begin ik vandaag, maar al na de eerste 3 km ben ik vrijwel vooraan te vinden. Annabeth vindt dalen überhaupt al niks en is dit eerste stuk niet opgestapt, maar ook bij sommige anderen zie je de angst en de krampachtigheid die daardoor ontstaat er vanaf, terwijl ik ze soms op wel dubbele snelheid voorbij kom. Hoe herkenbaar overigens ook. Zet je mij op ski’s op een zwarte piste dan beslaat het angstzweet me en maak ik het me juist daardoor veels te moeilijk. Op de fiets echter… daar ken ik geen angst (wel m’n grenzen) en kan ik van zo’n afdaling niks anders doen dan genieten.

Na deze 3 km slaan we af en begint er weer een klim- en daalfestijn. De beste ervaringen de afgelopen week waren de dagen waarop ik in m’n eigen tempo ging fietsen en dat is wat voor vandaag ook het plan de campagne is. Hartslag zo veel mogelijk constant houden en gewoon blijven trappen. Dat werkt prima. Jan bijt zich er op vast, nadat hij (door competitiedrang gedreven?) me de eerste klimmetjes steeds hijgend voorbij knalt, maar me dan in de afdaling vanzelf weer ziet verschijnen. Op een wat langer klimmetje lukt hem dat namelijk niet meer en kom ik een groepje met Silke, Tim en Bertie te fietsen. Dat gaat heerlijk, totdat daar stiekem toch ineens de man met de hamer voorbij komt. Gelukkig was het er eentje met een kleine hamer, want na een halve fruitkick gegeten te hebben gaat het weer prima. Silke, Bertie en Tim zijn inmiddels uit het zicht, maar dat maakt helemaal niet uit. Het is hier weer schitterend mooi en doet voor mijn gevoel Amerikaans aan.

En dan is ie daar, die fantastische afdaling. Het gaat hard en helaas moet ik in de remmen; door al het gehobbel vliegt m’n bidon uit de bidonhouder en die maar gewoon achterlaten is ook zo wat. Het uitzicht is adembenemend, maar de adrenaline die in m’n lijf zit staat het me niet toe om net als Bertie, die ik zie genieten in een bocht, stil te gaan staan. Als ik, bijna weer in het wiel van Tim en Silke, beneden ben staat de koffie ons klaar. Daar zie ik mijn eigen adrenalinekick in de ogen van Silke staan. DIT WAS VET!! Helaas kregen we Eric niet zo ver om onze fietsen op de jeep te binden, ons naar boven te rijden en ons dan weer te laten gaan. Je zou er wat ons betreft zo een attractie van kunnen maken, echt, echt gaaf deze afdaling. Dan maar een keer naar Frankrijk om daar in de zomer van de pistes af te racen is het plan.

In de afdaling kwam ik ook langs Ernst, Tijs, Patrick en Steven, die bezig waren met de lekke band van Ernst. Gisteren werd er nog even voor de hele groep verkondigd dat er maar twee mensen waren zonder lekke band: Ernst en Nurcan. Nu moest Ernst er, nadat hij al vele stekels wist te “overleven” omdat hij op latexbanden rijdt, toch ook aan geloven. Nieuw bandje er in.  Als ook Nurcan en Teun zich bij de koffiestop melden wordt het helemaal mooi: Nurcan had een lekke band en Teun gelooft er dan ook niks van dat er geen sprake is van kwaad spel.

Als de eerste helft van de groep op de fiets zit, stap ik ook weer op. Waar het de dagen hiervoor heel vaak een opeenvolging was van kleine klimmetjes, waren we er nu op voorbereid dat we vanaf nu vals plat naar boven zullen moeten. Dat betekent dus: in m’n eigen tempo fietsen. Dat lukt perfect, ik raak in een flow en fiets de een na de ander voorbij. Zuchtend en steunend zitten ze op de fiets, ze zijn aan het ploeteren en als er een grote boom met de bijbehorende schaduw staat, kijkt die hen wel heel aanlokkelijk aan.

Als ik me bij Ernst en Ruud meldt, blijk ik ineens vooraan te fietsen. Heeft iedereen het dan echt zo zwaar? We gaan samen verder, maar die weg gaat en gaat maar door. Zitten we wel goed? De route is niet de route die op de GPS staat? We hebben al meer kilometers op de teller staan dan de afgespreken kilometers tot de pauzeplek? “Nou, volgens mij kunnen we niks anders doen dan doorfietsen, want ergens afslaan, dat kon helemaal nergens” zeg ik. We fietsen door en ik eet nog even een halve sportreep, want de man met de hamer krijgt vandaag natuurlijk geen tweede kans. Als we de snelweg in zicht krijgen, besluiten we niet meer te twijfelen en gewoon door te fietsen. Ook als we wél verkeerd zitten, dan is die snelweg de weg waar we hoe dan ook op uit zouden komen. Zitten we echt verkeerd dan moeten we maar even bellen en fietsen we via de snelweg naar de rest van de groep.

Gelukkig zitten we goed en wacht er na een ontzettend lange klim (meer dan 20 km achter elkaar ging het echt alleen maar omhoog) daar de lunch. Net op tijd, want ik heb lek gereden en Eric kan me nog net op tijd opvangen als ik stil kom te staan, maar m’n voeten niet los krijg. Langzaam maar zeker komt vervolgens ook de rest binnen druppelen. Vloekend en tierend. “De lunch zou veel eerder zijn!” “Wat een ontzettende ##&*$@$(&-weg!” En nog heel veel dingen die niet voor herhaling vatbaar zijn. Als we nu naast een ravijn hadden gezeten had ik zeker weten m’n best moeten doen om een paar fietsen van een zekere dood te redden. Het kan haast niet anders dat die man met de hamer de dag van z’n leven heeft gehad.

(to be continued)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s